Geplaatst in Actueel, Kerst

Dat was ie weer hoor

Kerst 2023

De wilde gourmetplannen gingen op kerstavond in de kast. Om 15.00 uur stonden de chips en bitterballen al op tafel en de honger verdween. Bovendien was het kutweer. Nu denk je, wat boeit dat, maar wij gourmetten altijd in ons buitenhok en dat krijg je met veel wind niet warm. Netflix dus en om 20.00 uur klaar met de zakdoeken voor een potje snottertelevee. Dokter love deed weer goed zijn best.

Eerste kerstdag verveelden we ons te pletter. Kind was bij zijn vader, meiden bij hun moeder. De man ging van pure verveling de was doen. Deze dag wel gourmetten bij de houtkachel in ons buitenhok met cheesy kerstmuziek en twinkellichtjes. Daarna een potje dobbelen, allebei een keer gewonnen. Kerstkledij: pyjama, kersttrui en dikke sokken in crocs. Geil. De avond eindigde dus logischerwijs in de slaapkamer. Het zijn die crocs hè, niet te weerstaan.

Vienetta in bed. Top.

Tweede kerstdag begon met een zonnetje en een wandeling buiten. Eindelijk droog. Daarna richting zus. Vet in de file, want er lag water op de snelweg. Niet gek na al die regen, de IJssel barst uit haar voegjes. Bij zus geknuffeld met nieuwe babypoezel en ouders die er godzijdank nog zijn. We aten hapjes en voerden gesprekken schreeuwden hard door elkaar heen om boven de ander uit te komen. Zwager kookte de sterren van de hemel. We werden verwend met een fantastisch cadeau. We maakten de klassieke Kerstfoto’s bij de kerstboom. Zwager gooide rode wijn over mijn nieuwe truitje en ik spuugde mijn ijs over de tafel omdat ik heel hard moest lachen.

Mam vatte het hele jaar weer in een kerstgedicht.

Iedereen moest janken.

Terug stonden we weer in de file.

Mooi feest was het. Op naar de lente.

Geplaatst in Divers

I have a dream

Elk jaar maak ik in januari een lijstje met dingen die ik dat jaar wil doen. Vijf nieuwe dingen doen of leren staat elk jaar bovenaan. Dat mag ook een plek ontdekken zijn die ik nog nooit eerder heb gezien. Dat punt op mijn jaarlijkse actielijstje lukt altijd. Andere punten zijn wat lastiger te bereiken. Minder uitgeven (minder kleding kopen!) en wat meer in het ‘nu’ leven zijn terugkerende thema’s. Dat gaat het ene jaar beter dan het andere. En op sommige punten op het lijstje heb ik totaal geen invloed. Zo stond er vorig jaar: niemand verliezen. Dat moet je dan altijd maar weer afwachten. Of dat je gegund is.

Begin dit jaar had mijn lijstje een andere nummer 1.

Eindelijk dat boek schrijven stond in hoofdletters bovenaan.

Al enige tijd doolde er een verhaal in mijn hoofd rond. En voerden personages hele gesprekken met elkaar in mijn dromen. Dan werd ik wakker en pakte ik snel pen en papier om de grote lijnen vast te leggen. Ik voelde dat het potentie had, maar het ontbrak me aan de tijd om er echt voor te gaan zitten.

Tot februari 2023.
Schrijfweek 1 in een airbnb in de Weerribben. Op zaterdag hoste ik met vriendinnen de polonaise in Zwolle, op zondag checkte ik in. Stikalleen in een stil huisje in de natuur. Drie dagen lang ging het schrijven als een tierelier. De woorden rolden via mijn vingers en het toetsenbord het scherm op. Vertrouwen groeide. Zou ik het dan toch in me hebben? Zou ik dit daadwerkelijk tot een volwaardige roman kunnen brengen?
Ik voelde me gelukkig daar in mijn uppie in die hut.

En toen kreeg ik de griep. Op de vierde dag moest ik het schrijfbijltje erbij neerleggen. Hoestend en proestend verpieterde ik elke dag een beetje meer. Oh wat had ik een heimwee naar de liefdevolle armen thuis. Er ging een laptop met een ruw en onaf manuscript mee naar huis. Ik was lang niet zo ver als ik wilde. Maar, het begin was er, dus thuis kon ik verder.

Niet dus…

Man, kind, huishouden, werk, sociaal leven en hond… Het leven kwam tussen mij en mijn schrijfdroom. Het lukte me niet om me in te leven en de stemmen in mijn hoofd zwegen. Het kriebelde… ik wilde terug naar mijn huisje in de bossen.

In april zat ik er weer. Achteraf bezien een ontzettend verkeerd moment. Want een gigantische deadline, er moest die maand een tijdschrift worden opgeleverd, hijgde in mijn nek. Geen moment kon ik me echt van mijn werk afsluiten. Eindredactie, planning en afstemming fietsten dwars door mijn schrijftijd heen. De hoofdstukken die ik ondanks alles toch produceerde, waren niet goed. Teksten klopten niet met de personages. Ik was teleurgesteld en werd onzeker. Was die eerste keer dan een toevalstreffer geweest?

Ik schreef in 5 dagen nog minder dan de vorige keer in 3. Wel leverde ik een dijk van een tijdschrift op. Dat dan weer wel.

De zomer kwam en ging. De laptop ging mee naar Frankrijk, maar bleef onaangeroerd in de tas. Ik begreep niets van mezelf. Ik wilde dit toch? Het jaar was al voor de helft voorbij en ik was nog niet op de helft. Werd dit weer 1 van mijn vele onafgeronde projecten? Eindigt dit manuscript naast de kalligrafiecursus in de kast?
Waarom kunnen andere mensen om 6 uur opstaan om te schrijven, nog voor hun werkdag begint en vind ik nog niet eens 1 uur per week?

Nog maar een poging tot afzondering dan. Schrijfweek 3 in een tot hotel omgebouwd klooster. Op een andere plek dan mijn vaste schrijfplek om kosten te besparen en om dichter bij familie en vrienden te zitten die ik ook graag wilde zien.

Spijt.

Elke ochtend om 6 uur begonnen de voorbereidingen voor het ontbijt in de eetzaal naast mijn slaapkamer. Om 7 uur stampten de actieve wandelaars mijn kamerdeur voorbij. Een hotel middenin het Vechtdal betekent veel luidruchtige groene genieters die, na een vroege start, de hele dag op pad waren. De eigenaar vond het maar wat gezellig, een schrijfster in zijn hotel. Iemand die de hele dag binnenbleef. Ik hoefde maar een teen buiten mijn kamer te zetten of ik had hem in mijn nek.
‘Hooooi, hoest met je boooeeeeeeeeek. Lukt met het schrijven? Wil je koffie? Wie was er bij je op visite? Vandaag niet veel geschreven zeker?’

Ik. Werd. Gek.

Omdat ik ’s nachts het lekkerst schrijf, waren de nachten kort. ’s Ochtends sleepte ik mezelf, als een wandelaar in de woestijn op zoek naar een oase, richting waterkoker. Hopend dat me vandaag een ochtendje zonder aanspraak was gegund. Dat gebeurde nooit. Soms heb ik echt een hekel aan mensen kennelijk.

Het schrijven ging nauwelijks. Ik herschreef en schrapte. Verbeterde en zette puntjes op de i. Het zorgde ervoor dat het aantal woorden slonk in plaats van groeide. Een lastig momentje.

En nu.

Schrijfweek 4 deze week. Terug op mijn oude vertrouwde stek. Het is bijna december. Nog 1 maand om de belofte aan mezelf in te lossen. Dit jaar schrijf ik een boek.

Ik ben goed voorbereid. Ik heb geen heftige deadlines op kantoor. Mijn agenda is nagenoeg leeg deze week. Ik heb 4 pyjama’s bij me en dikke vesten en sokken. Lekkere thee. Ik heb een cake gebakken en eten gekocht zodat ik niet meteen naar de winkel hoef.
De verhaallijnen van het slot zijn uitgewerkt. Ik hoef ze alleen nog maar even tot leven te laten komen.

Op naar die laatste punt. En dan het vervolg van dit avontuur. Want een manuscript is nog lang geen boek.

Wish me luck!

Marga, november 2023

Geplaatst in Actueel, Afscheid, Den Haag, Hoe vrouwen denken, Ik, Liefde, Mama

Dag middelbare school

Kind deed examen. En nu is kind klaar.
Zes jaar middelbaar, het zit er gewoon ineens op.
Van de eerste dag brugklas naar de laatste dag examenjaar.
Poef, voorbij.

Na alle stress van de afgelopen weken, afgekloven nagels en slapeloze nachten (van mij) en kilo’s eieren, tosti’s en ander pubervoer (voor hem) viel gisteren dan toch echt het doek. Laatste punt gezet onder zijn examen Engels en dat was dat. We hebben er een goed gevoel over. Gemiddeld staat hij lekker, dus het moet wel heel raar lopen. Maar tot 9 juni blijft het nog even spannend.

Vanavond was zijn examenfeest. Dresscode: op je sjiekst. Nou, dat deed hij. In vol ornaat; driedelig met een stropdas. Wow. Is dat mijn kind? Die lange slungel met dat baardje in een tof pak. De trots kwam mijn oren uit.

Ik mocht hem wegbrengen en omdat we wat te vieren hadden (het was tenslotte woensdag, de hele dag droog en, o ja, DE EXAMENS WAREN KLAAR) gingen we eerst lekker wat eten. Hij mocht kiezen wat, dus dat werd, hoe verrassend, pizza. Maar dan wel eentje in de categorie ‘alles vers’. Heerlijk. We genoten van het eten en van het afzeiken van andere restaurantgangers.

De tijd tikte keihard door, dus na wat snel gehark aan zijn kant en het vragen van een pizzadoos voor mijn nog meer dan halve pizza-restant, togen we naar de feestlocatie: een grote kroeg in Den Haag. Daar stond al een rij zelfverzekerde, hooggehakte dames met daarnaast een kudde ietwat ongemakkelijke jongens, plukkend aan hun jasjes.

Tja, en toen…
…moest ik weg.

Ik wilde zó graag nog zó veel vragen…
Wie zijn je vrienden? Kan ik ze zien? Waar heb je zes jaar lang, dag in dag uit, mee op school gezeten en tijdens de lunch mee gelachen? Wie ben jij als je met leeftijdsgenoten bent? Mag ik alsjeblieft gewoon even mee naar binnen om te kijken hoe het er daar uit ziet? Hoe je begroet wordt? En hoe de meiden naar je kijken?

Maar ik vroeg het niet. Ik gaf hem zelfs geen kus, maar zwaaide en liep door.

Eenmaal terug in de auto overviel me een totale leegte.

Toen hij afscheid nam van groep 8 was er een rode loper op het schoolplein. Wij, de ouders, stonden ernaast en klapten en joelden. Niet alleen voor onze eigen kinderen, maar ook voor alle vriendjes en vriendinnetjes. Ik kende ze allemaal, van haver tot gort. En van de meesten kende ik zelfs de ouders.

Bij het eindfeest van groep 8 mochten ouders het laatste half uur ook naar binnen. We zagen jankende meiden en zich groot houdende jongens. Het was voorbij, de wijde wereld lokte. En ik kon hem stiekem troosten, omdat ik wist dat onder dat masker toch een klein, nog best wel angstig mannetje zat.

En nu? Nu heb ik geen idee. Niet wat hij doet, niet hoe hij zich voelt. Hij is bijna volwassen en gaat al zes jaar zijn gang op een school die ik maar een paar keer van binnen heb gezien. Op al mijn vragen is ‘goed’ een passend antwoord. Hopelijk hoor ik straks iets meer als ik hem weer ophaal…

Nog even en dan gaat hij studeren. In een andere stad. Nóg meer leven buiten het gezin om. Misschien wel op kamers. Hoe lang nog voor er geen slaperige jonge vent meer aan de ontbijttafel zit en die ‘goedemorgen’ gromt.

Mijn moeder vraagt me zo’n beetje elke week naar mijn planning. “Wat ga je doen? Met wie? En hoe voel je je?” En ik denk soms wel eens: wat maakt jou dat nou uit? Onthoud je werkelijk wat ik allemaal van plan ben? Dat interesseert jou toch geen reet?

Maar nu weet ik het. Het interesseert haar wel degelijk.
Met die flinters informatie over mijn leven houdt ze mij dichtbij.

I feel you, mam.

Ook verschenen op http://www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers

Mindfull wandelen op zoek naar innerlijke rust

november 2021

God wat een k*ttijd toch. Of niet dan? Denken we net een beetje die ellende achter ons te kunnen laten, begint het hele gesodemieter weer opnieuw. Ik had de komende weken tot aan het kerstreces een volle agenda. Uitjes, borrels, inspiratiesessies. En nu? Niets meer van dat alles.

De maandag nadat onze vrinden het slechte nieuws mededeelden, kroop ik dan ook enigszins moedeloos achter de laptop aan de keukentafel. Echt, ik heb een mooi huis en zo, hoor. En een prachtige tuin om naar te kijken, maar dit eenzame gedoe heb ik wel een beetje gehad. Hoe mooi het hier ook is. Ik heb, heel bejaard, een paar mezenbollen en zakjes met pitjes opgehangen, zodat er af en toe nog wat leven voorbij komt vliegen. Dan verandert er nog eens wat in het uitzicht.

Hoe dan ook, na een uur zoeken naar mijn werkethos, besluit ik de blije labrador maar een extra uitje te gunnen. Het is geen mooie dag, maar van frisse lucht is nog nooit iemand minder geworden. En misschien vind ik de moed ergens op straat. Ik besluit een podcast aan te zetten op Spotify. Eigenlijk ben ik niet zo van de podcasts, maar ik hoor goede verhalen van vriendinnen die he-le-maal geïnspireerd raken, dus ik geef het een kans. De enige die ik luister zijn de ‘Vet Gelukkig’ podcasts van Stepping Stone Producties. Die boeien me echt. Verder ben ik geloof ik niet echt gemaakt voor zelfhulp-achtige, begeleide meditaties. Maar het is nu wel de tijd voor ‘out of the box’, dus ik zoek een willekeurige wandelmeditatie.

“Dag prachtmens!” schalt het uit mijn oortjes en ik moet al meteen de neiging onderdrukken om iets anders op te zoeken. Mooi?! Hoe weet jij dat nou, man? Ik zie er niet uit! En ik heb ook niet zulke mooie gedachten momenteel. Maar goed, adem in, adem uit.

Er klinkt een gong.

“Dan gaan we nu de zon groeten,” blaat het mens verder.
Zon groeten?
Ik kijk hoopvol omhoog. Geen zon te zien. Ook niet een beetje. De dag is grijs. Er hangt iets mistigs om me heen. En koud is het ook.
“Er is geen zon,” mompel ik sacherijnig voor me uit. Maar dan hoor ik dat ik op zoek moet naar de zon in mijzelf, als deze buiten niet schijnt.
Oké dan…

BRON: PIXABAY.COM 4664187

Ik zoek.
“Neuh, geen zon hoor. Alleen maar een irritant aanwezig grijs. Ja, ook van binnen. En hoezo moet ik nu een zonnegroet gaan doen? Midden op straat? Ze zien me aankomen hier in het dorp.”

Ik wandel verder. Dan maar zonder groet. Ik let op mijn ademhaling. Doe mijn best om aan niets te denken. Af en toe duwt er een natte snuit tegen mijn hand en word ik bijzonder blij toegelachen. In ieder geval heeft één van ons er plezier in.

Ik luister met heel veel moeite de hele podcast uit. Ik wandel bijna een uur stug door, waarna ik, ‘heel dankbaar voor mezelf en het leven’, de garagedeur open. Ik geef de hond een koekje wegens ‘braaf meelopen’ en trek mijn jas uit.

In een ijskoude garage doe ik dan toch maar die zonnegroet. Wie weet helpt het… 

Met een grote kop thee ga ik weer aan de keukentafel zitten. Ik slinger een jaren ’80 afspeellijst aan en kijk genietend naar de vogeltjes die af en aan de tuin bezoeken en zich tegoed doen aan mijn snacks.
Langzaam gloeit er een klein warm ‘iets’ vanbinnen.

Damn. Stomme podcast. Het werkt nog ook…

BRON: PIXABAY.COM 3986523

Geplaatst in Actueel, Afvallen, Borsten, Dankbaarheid, Divers, Edwin, Geluk, Hoe vrouwen denken, Ik, Liefde, Mannen

Hoera ik ben een kinderboerderij

Ik kijk naast me.

De verloofde ligt lief te slapen. Weer realiseer ik me hoe mooi ik hem vind. Met rimpels, grijze slapen en die ene hardnekkige haar die elke keer weer als een antenne op zijn oorschelp verschijnt. Verre van perfect, maar zo perfect voor mij. Zelfs in zijn slaap glimlacht hij.

Het dekbed is van hem afgegleden en zijn buik deint zachtjes op en neer door zijn ademhaling. Er is iets meer buik om te bewonderen dan 10 jaar geleden. De gelukskilo’s van borrels op vrijdag en lekkere etentjes zorgden voor wat meer lijf om van te houden. Ik wil hem niet storen, dus laat ik hem slapen en stap onder de douche.

Terwijl ik mezelf in sta te zepen, bekijk ik vanaf boven mijn eigen lijf. Hmmz, denk ik grinnikend, maar enigszins als een boer met kiespijn. Ik kan met mijn lijf inmiddels een hele kinderboerderij vullen. Ik heb geiten(tieten) en een hangbuik(zwijn). Als ik zwaai, dan zwaaien de kippen vol herkenning terug en de plaatselijke kalkoen zou een moord doen voor mijn kaaklijn. Inmiddels heeft ook de blinde mol zijn intrede gedaan als ik probeer de gebruiksaanwijzing te lezen op een veel te kleine verpakking. En met enige regelmaat sta ik schaapachtig voor me uit te staren als ik weer eens ben vergeten waarom ik eigenlijk naar boven liep.

bron: pixabay.com 4641246

Mijn innerlijke godin zwaait kreunend mijn jeugd uit. Terwijl ik het gras maai van mijn eigen boerderijtje, denk ik aan de schone slaper in de kamer verderop. Bij hem vind ik de rimpels prachtig. Ze getuigen van levenservaring en karakter. Zelf stond ik al op het punt om wat spuitjes te bestellen, maar de angst om de zoveelste tweelingzus te worden van de gemiddelde influencer op Insta, houdt me tegen. De man maakt zich in het geheel niet druk dat hij ouder wordt. Hij registreert het wel, maar heeft er geen mening over.

Prachtig.
Wil ik ook.

Ga ik dus doen.
Hopelijk.

Gewoon omarmen, dat wat is. Mijn gezonde prachtige lichaam dat een kind heeft mogen dragen. Mijn lijf dat me al zo’n tijd in het leven vergezelt en me, afgezien van wat kleine hobbels, nog nooit in de steek gelaten heeft. Ik wil er met liefde en dankbaarheid naar kijken. Gewoon zoals het is.

Gepoetst en geboend schuif ik na de douche terug naast mijn doornroosje. Genietend trekt hij me naar zich toe en snuift aan mijn haar.
‘Goedemorgen heerlijkheid, lekker geslapen?’
Ik blaat wat over goed geslapen en kakel een ‘ik hou van jou’.
Hij knuffelt als een wollig schaapje tegen me aan.

Mijn kinderboerderij is met hem erbij in ieder geval compleet.

bron: pixabay.com 4661499

Ook verschenen op www.hoevrouwendenken.nl

Geplaatst in Divers

Alweer twee jaar geleden- Afscheid van een lieve vriendin

mei 2020

Met lood in mijn schoenen loop ik het ziekenhuis binnen, nadat we bij de ingang volledig zijn doorgelicht en ontsmet. Het voelt ongemakkelijk om op een plek te zijn waar zoveel ziekte heerst. ‘Als Corona érgens is, dan is het hier,’ dacht ik nog. Vlak na: ‘je zal maar aan het doodgaan zijn in deze rare tijd…’

Ik loop je kamer binnen en daar zit je. Rechtop in bed. Broos. Maar lachend zoals altijd. Zonder je te knuffelen, neem ik plaats aan je bed. Daar ben ik dan. En we wisten allebei dat het de laatste keer zou zijn…

Lieve Lin,
Wat hebben we de afgelopen 2,5 jaar vaak over dit moment gesproken. We wisten dat dit, some day, zou gebeuren. En toch, als het dan zover is, dan komt het onverwacht en altijd te vroeg. Jouw feestje, waar je, heel ongezellig, zoals je zelf zei, niet meer bij zou zijn. “Ja, ik lig daar in die kist, maar hoe leuk is dat.” Inderdaad Lin, er is geen reet aan.

Ik zeg je dat je zo mager bent geworden. Dat kanker je wel razendsnel slank maakt. Maar dat ik dat er toch niet voor over heb. We lachen wat. Over korting op de kist, omdat je prima dubbelgevouwen in een kleine kist past. En over het uitstrooien van je as, omdat je ‘in zo’n potje op de schoolsteenmantel’ maar lullig vindt. We storen de rest van de patiënten op de kamer. Ze kijken ons niet al te vriendelijk aan, omdat we maar niet ophouden met lachen. Omdat er eigenlijk niets te lachen valt. Maar dat heeft ons nooit weerhouden.

Opgeven wilde Linda nooit en God weet dat ze het in dit leven niet cadeau heeft gekregen. Linda viel op door haar hele ‘zijn’. Altijd voor iedereen klaar willen staan, altijd geïnteresseerd in een ander en met een totale desinteresse voor wat er in de mode was. Linda breide gewoon haar eigen truien. Ik was jaloers op haar vermogen om totaal haar unieke zelf te zijn. Waar ik van de onzekerheden aan elkaar hing, leek het Lin weinig te kunnen schelen. Zij vond andere dingen belangrijker in het leven en was, in elke setting, volledig zichzelf.

Ik pak je broze hand in de mijne en we kijken elkaar aan. “Dit is het dan, ik ga dood, Marg,” zeg je en even zijn daar toch die tranen. “Ik heb een geweldige reservetijd gehad, mede dankzij jou.”
We halen herinneringen op. Aan strandwandelingen. Zij met haar kale hoofd, ik met haar pruik op. “Weet je nog…” zeg ik, “dat je je zo vrij voelde, die dag? De wind over je pluizige donshaar, blote voeten in het zand. En dat we zo ontzettend gelachen hebben over hoe ongelofelijk kut het allemaal was. Dat we uitrekenden hoe lang je nog had en wat we in die tijd dan allemaal nog samen konden ondernemen. Weet je nog Lin, dat we kostbare tijd deelden, altijd in de wetenschap dat die beperkt was?”

We zwijgen even. En genieten van de wegtikkende minuten van deze laatste ontmoeting.

De laatste tijd sprak ik Linda zo goed als dagelijks. En echt over alles. Ze vond het zo vervelend dat ze niets leuks meer te melden had. Dan zei ik dat ik er ook schoon genoeg van had. Dat gezeur over de kanker, haar pijn en dat ze om de haverklap in slaap viel en ik dus urenlang geen antwoord op mijn appjes kreeg. Zo waren Linda en ik. Keihard, gierend om onszelf en de ander. Ik vroeg haar wat veel anderen niet durfden te vragen, ze vertelde me dingen die ze eigenlijk niet durfde toe te geven. We schuwden niets en gingen dwars door alle pijn, verdriet en ongemakkelijker vragen heen. Het werkte voor ons.

“Dit is het dan meisje, ik ga je loslaten.” Ze wriemelt even aan de armband die ik haar gaf. Die zou met haar meegaan, zei ze al eerder. Als ‘Magere Hein met zijn spuit en koffertje’ komt om haar mee te nemen.

Ik bedank haar. Voor alles wat ze me gegeven heeft en alles wat ze me leerde. Voor al die bijzondere gesprekken en levenslessen. Voor het grote besef dat leven eindig is, soms eerder dan je wilt. En dat kanker vaak de liefste mensen meeneemt. Met een heel leeg gevoel wandel ik het ziekenhuis uit. ’s Avonds schrijf ik mijn afscheidsspeech die ik haar vervolgens mail. Want wat hebben mooie woorden voor zin, als je ze zelf niet meer kan horen…

We zeiden dat we van elkaar hielden en namen afscheid. Ik zei je dat, als de tijd daar zou zijn, ik niet nog een keer naar je toe wilde komen. Dit moment, dit was een afscheid zoals wij waren. Intens, rauw, open en eerlijk. Met een lach en een traan en met elkaar tot in het diepst van alles, soms zelfs zonder woorden, begrijpend. Mijn laatste beeld van haar is prachtig. Rechtop in bed, ondanks de pijn stralend en lachend. Ondanks de ellende vastklampend aan elke kruimel die die nog wel mooi en goed was. Ik zal je nooit vergeten lieve schat.

Ik ben zo blij dat je geen pijn meer hebt.
Maar God wat ga ik je missen.

Linda stierf op 19 juni 2020, drie weken nadat ik haar hand voor het laatst losliet. Wat vliegt de tijd.


Geplaatst in Divers

Liefde geven achter glas

april 2020

Alleen zijn. Soms wil ik dat maar al te graag. Ik vind mensen om me heen en gezelligheid heerlijk. Maar ik trek me bij tijden ook erg graag terug. Op de dagen dat ik dat gevoel in extreme mate heb, is zelfs de hond me teveel. Als die me hoopvol in al haar labradorschattigheid aan staat te staren, stuur ik haar weg, omdat ik gewoon even niet ‘nodig’ wil zijn.

In deze Coronatijden is dat dan ook het enige waar ik af en toe echt moeite mee heb. Kind – hoe makkelijk en geweldig lief ook – is 24/7 thuis. Hij doet niks, is niet vervelend en gaat zijn eigen gang. En toch voelt het alsof ik voortdurend moet zorgen of me zorgen moet maken. Heeft hij het wel leuk? Verveelt hij zich niet? Moeten we niet gaan wandelen, puzzelen, film kijken?

De eerste periode na de scheiding vond ik de kindloze weekenden verschrikkelijk. Nu vind ik het soms heerlijk, de wetenschap dat hij lekker bij papa, zijn nieuwe vrouw en kleine zus is. Hij heeft het daar goed en zij hebben op die momenten de zorg. Ik hoef dan even niks. Maar nu gaat hij al een paar weken niet meer daarheen, omdat vriend en ik na elkaar flink de griep hebben gehad. Of het Corona was, weten we niet, maar in deze tijden neem je geen risico.

En elke dag thuis betekent dus ook constant de hond in mijn nek, half op schoot of starend naar mijn boterham. Ik ben blij dat ze twee dagen per week met de uitlaatservice mee gaat. Weg! Onder de pannen! Even niet mijn pakkie an.

Ik weet dat ik weinig te zeiken heb. Ik hoor verhalen van vriendinnen met kleine kinderen. Voor hen is het pas écht pittig. Laveren tussen thuiswerk, de kinderen in het gareel houden, afstemmen wie wanneer kan videobellen, onrust en een hoop gedoe. Ik heb alleen die puber en die hond en een man die gewoon op zijn werk is. En ik zit veel op mijn kamer te werken. Als altijd relativeer ik mijn gevoel weer weg, omdat mensen het elders veel beroerder hebben. En toch… als ik mezelf even toesta te voelen, mis ik de rust van het even alleen mogen zijn.

Maar toen. Toen ontving ik via de app een foto van mijn lieve vriendin. Samen met haar kleine dochter brengt ze een tekening naar omaatje. Oma is de oma van mijn vriendin, de overgrootoma van haar kinderen. Onlangs is oma vanuit haar huis naar een verzorgingshuis gegaan.

Oma vergeet steeds meer. Haar herinneringen lossen op in de greep van de dementie. Haar niet meer kunnen bezoeken is verschrikkelijk, want over een tijdje heeft de vergetelheid gewonnen en weet ze niet meer wie haar familie is. Dat gebeurt nu al soms. Deze tijd samen is dus super waardevol en komt nooit meer terug. Ze raken oma steeds een beetje meer kwijt.

En nu krijgt oma door het raam een tekening van haar achterkleindochter. Liefde geven moet op afstand en achter glas. De foto verscheurt mijn hart.

Ik trek man, kind en hond even dicht tegen me aan. Alleen zijn en eenzaamheid is aan de orde van de dag voor heel veel mensen. Wij maken plannen voor ‘hierna’, voor als Corona verloren heeft en wij gewonnen. Maar voor sommigen is er geen ‘hierna’. Die brengen de waarschijnlijk laatste maanden van hun (bewuste) leven in isolatie door, weg van de mensen van wie ze houden.

Dat relativeert. Enorm.

Privébeeld MK